7
mrt
2016
2

Opvliegers

Aha. Onvermijdelijk op deze site, dit onderwerp.

Het verschijnsel opvlieger hoort nogal bij de overgang. En laat dat onderwerp, de overgang, nou niet bepaald populair zijn in media. Eigenlijk begrijp ik niet zo waarom daar moeilijk over gedaan wordt. Alsof je, door je vruchtbaarheid te verliezen, minder vrouw wordt. Dat lijkt mij niet.

Maar laten we wel wezen: anders wordt het zeker. Je lichaam verandert, bepaalde gevoelens veranderen en misschien zelfs wel je blik op sommige dingen krijgt een ander perspectief.

En waar niemand het over heeft: het heeft ook voordelen! Nooit meer ongesteld zijn is bijvoorbeeld echt niet zo erg. En die verdomde vrouwelijke onzekerheid neemt af, ik neem aan dat dat door een veranderende hormoonhuishouding komt. En ook dat bezie ik door de bril van Cruyff. Elk nadeel hep z’n voordeel.

Terug naar de opvliegers. Dat woord alleen al. In het frans heet het ‘vapeur’, dat klinkt toch al een stuk sjieker en minder, laten we zeggen wollen-onderbroek-achtig.

De eerste paar keren dat je wordt beslopen door dit verschijnsel denk je alleen maar dat het opeens erg warm is in je omgeving. Dat is het gekke ervan. De warmte lijkt niet van binnenuit te komen, vanuit je lichaam, maar van buitenaf. Alsof de verwarming zomaar op 30 graden staat, of de buitentemperatuur spontaan gestegen is naar 35 graden.

Kleden in laagjes is erg handig, want als je niet iets open kunt doen of uit kunt trekken kan het aan gaan voelen alsof je gaat ontploffen. En soms valt het ook erg mee. Rustig ademhalen en het zweet van je voorhoofd vegen en pffft, het is alweer voorbij.

Het hangt ook erg van de situatie af. Als ik voor het avondeten een glas wijn in een rap tempo drink, komt er geheid eentje langs, zo’n warmtemormel. Of tijdens een pittige discussie. Of juist bij het werkoverleg waarbij je in je eentje tegenover vijf andere mensen zit die overtuigd moeten worden. Wat doe je dan? In ieder geval is het handig als je dan geen wollen coltrui aan hebt. Maar los gezien daarvan, kun je weinig anders doen in zo’n geval dan stiekem het zweet van je voorhoofd proberen te vegen en hopen dat het snel overgaat. In sociale situaties, bij vrienden, wil ik nog wel eens melden dat ik last heb van een vapeur. Maar in werksituaties, zeker als er mannen bij zijn, beslist niet. Dan maar liever dampend wensen dat je weg kunt zakken in een gat in de grond. En ook dat gaat weer voorbij.

Het is een lichamelijk ongemak, opvliegers. En ook niet meer dan dat.

Mannen hebben ze ook, lichamelijke ongemakken. En kinderen hebben snotneuzen, ook een lichamelijk ongemak. Het valt allemaal onder het soort ongewenste cadeautjes die je lijf je geeft en waar je niet zo veel tegen kunt doen behalve uitzingen.

Ik ben erg benieuwd hoe andere vrouwen tegen dit onderwerp aankijken. Hoe ervaar jij, beste lezer, jouw vapeur?

Leave a Reply